Brabantse Omgevingsvisie

Denk mee!

Ook ideeën over de Brabantse Omgevingsvisie? Laat het weten »

Doormodderen is een mooi spel!

Interview met Marinus Biemans over ‘Brood en Spelen’, Omgevingsvisie en de veranderende overheid
Foto: Spiegel Communicatie

Marinus Biemans (1980) is geboren en getogen in Deurne. In 2010 gekozen als raadslid voor DOE! en sinds 2016 wethouder in Deurne. Studeerde planologie in Nijmegen, en werkte bij een ruimtelijk adviesbureau en een corporatie. Het besef dat Deurne, en preciezer geformuleerd, het ruimtelijke en landschappelijke Deurne continue aan verandering onderhevig is, is een leidraad in zijn denken en doen. Een vraaggesprek met een wethouder die weet, dat het ‘managen’ van die continue verandering andere, nieuwe vaardigheden van overheid, markt én burger vergt.

 

In een eerder interview vertelde je dat het boek ‘De eenwording van Nederland’ van Hans Knippenberg en Ben de Pater je inspireerde om anders naar de werkelijkheid te kijken. Je realiseerde je dat het verleden er in ruimtelijke zin toe doet. Hoe speelt dat verleden dan eigenlijk door in de alledaagse werkelijkheid van nu?
Op allerlei manieren, eigenlijk. Het Deurne van vandaag, is in mijn ogen een optelsom van ruimtelijke en landschappelijke beslissingen in het verleden. In die zin is het Deurne, zoals wij dat nu kennen vooral een gevolg van de beslissingen in die eerste naoorlogse jaren.

 

Waar denk je aan? Over welke beslissingen heb je het dan?
Nou, bijvoorbeeld aan minister Sicco Mansholt. En aan zijn motto, toen hij aantrad als landbouwminister: ‘er mag in Nederland nooit meer honger geleden worden.’ Hij gaf daarmee de aanzet tot een sterke professionalisering van de landbouw. Waarbij hij, met succes overigens, pleitte voor gegarandeerde minimumprijzen voor de belangrijkste Nederlandse landbouwproducten. Dat sloeg aan: het leidde tot grote investeringen in onderzoek en onderwijs om de productiviteit te vergroten. Op die manier is die enorme schaalvergroting van de landbouw in Nederland -en dus ook in Deurne- begonnen.  

 

Is dat erg?
Nou ja, die schaalvergroting is de laatste jaren steeds zwaarder gaan drukken. Je hoeft de krant maar open te slaan. Dierenwelzijn, fijnstof, milieuaspecten, gezondheidsklachten aan de ene kant. Maar ook voor de boeren zelf, is die schaalvergroting geen garantie meer is voor een solide toekomst. Dus moet het anders.

 

In welk opzicht moet het anders?
De belangrijkste opgave is in mijn ogen dat we integraal leren, en misschien ook wel moeten durven kijken. Tot nu toe hebben we vooral geprobeerd om die problemen sectoraal op te lossen.

 

Dus?
Kijk eens naar de pluimveesector. In de jaren ’90 vonden we met zijn allen, dat een legbatterij écht niet meer van deze tijd was. En is er in de sector ingezet op meer dierenwelzijn. Dus: kippen naar buiten. Probleem opgelost. Maar daar kregen we een ander probleem voor in de plaats: in de vorm van meer fijnstofproblematiek. Ik wil maar zeggen: je kan de meeste problemen niet sectoraal, maar alleen integraal oplossen. Maar dat vergt durf. We moeten opnieuw durven kijken, hoe we dit kunnen aanpakken. Waarbij we ook nog geleerd hebben dat de eenvoudige oplossingen niet voor het opscheppen liggen. Een recept voor frustratie, als we niet oppassen. 

 

Eerder vergeleek je die omwenteling, die breed in het buitengebied nodig is met die van de opkomst en het verdwijnen van de mijnbouw in Zuid-Limburg of de textielindustrie. Dat ging ook niet vanzelf, en had grote maatschappelijke gevolgen… Ja, dat spreekt toch eigenlijk wel voor zich, toch?

 

Euh
Aan de ene kant is er net als in de mijnbouw in de landbouw sprake van een complex economisch systeem, met veel spelers en veel afhankelijkheden. Je zou kunnen spreken van een web van belangen van supermarkten en inkopers. En van consumenten die enerzijds eisen stellen, maar anderzijds ook scherpe prijzen willen; van voedselleveranciers, boeren die allemaal hun aandeel hebben. Tel daarbij duurzaamheid en energietransitie op, en dan is het plaatje compleet. Dat op een goede manier bij elkaar brengen, dat is wellicht de nieuwe taak van de overheid.

 

Was dat ook de reden dat je toetrad tot de prijsvraag ‘Brood en spelen’?

Ja. Al hebben we al langer contact. Ik sprak Floris Alkemade [Rijksbouwmeester] twee jaar terug bij de Dutch Design Week. Daar werkte de Rijksbouwmeester toen tijdens die week aan nieuwe oplossingen voor het huisvesten van asielzoekers. Op het stadhuisplein in Eindhoven kon je concreet aan de slag om in teamverband oplossingen te bedenken. Met teams, waarin allerhande disciplines aanwezig waren. Dat inspireerde.

Met Floris kwam ik toen al over leegstand in het buitengebied te spreken: een grote, en – het wordt wellicht een beetje een cliché- een complexe opgave. Ik heb Floris uitgedaagd om het gemeentelijk perspectief als uitgangspunt te nemen. En ik heb hem verteld, hoe wij hier tegenaan kijken. In mijn ogen komt bij de gemeente namelijk veel samen: alleen al bij een vergunningsaanvraag speelt Europese, landelijke, provinciale en lokale wetgeving een rol. En op dit laagste schaalniveau kunnen we misschien wel het beste nadenken over integrale oplossingen voor problemen.

 

De 1ste ronde van de prijsvraag Brood en Spelen is 4 juli afgelopen. Kun je al een tipje van de sluier oplichten over straks?
Eigenlijk niet zo heel veel. Ik weet, dat er inmiddels 51 Brabantse initiatieven zijn ingediend. En ik weet dat er drie initiatieven uit Deurne bij zitten. Prachtige aantallen. En daarmee is de Prijsvraag eigenlijk nu al geslaagd, omdat er straks 51 casussen zìjn, waar mensen aan het nadenken zijn over een andere toekomst. Ik hoop dat het mooie voorbeeldprojecten gaan worden. Maar, een tipje van de sluier oplichten, dat kan ik niet. Zelfs ik weet nog niet, wie er op 4 juli een prijs krijgt.

 

De Omgevingsvisie en de aankomende Omgevingswet: biedt dat dan een wenkend perspectief?
Ja. Zeker. En het is ook nodig. Die nieuwe Omgevingsvisie biedt zowel ruimte, als kaders. Door heel duidelijk maatschappelijke doelen te stellen, door richting te geven. Maar die visie biedt ook ruimte. En we weten: gemakkelijk is dat niet, zeker in Nederland niet. We zijn een dichtbevolkt land. Landbouw – dat speelt ook in Deurne- neemt een fors ruimtebeslag. Dat vergt passen en meten. En dus is er ook geen gemakkelijke blauwdruk voor een toekomstig Deurne te maken. Want zo’n uitkomst is ongewis.

 

Hoe kan het dan wel?
Door meer de geest van de Omgevingsvisie te werken, door te ‘leren door te doen’. En door fouten te durven maken. Muddling Through noem ik dat. Of in goed Nederlands: doormodderen. Want we weten: er bestaan geen eenvoudige, of totale oplossingen. Dus is het zoeken naar slimme, kleine stapjes. Ik ben ervan overtuigd, dat in het zetten van die kleine stapjes, tegelijkertijd het erkennen van de complexiteit van die vraagstukken zit. En als we het opknippen in kleine stapjes, dan kunnen we in stukjes en beetjes werken aan werkbare oplossingen. Daarvoor is zowel een langetermijnperspectief, als een klein, concreet handelingsperspectief noodzakelijk. Zo zorg je er met korte termijnsuccesjes voor, dat ook de langetermijndoelen binnen bereik blijven. Daarom ben ik ook zo blij met de Brood en Spelenprijsvraag: daardoor hebben we straks zicht op een mix aan kleine casussen, die uiteindelijk tot grotere stappen kunnen leiden.

 

Heeft de overheid dan nog wel een rol?
Jazeker: ik zie de overheid als één van die spelers, die straks ‘die omwenteling’ waar we het eerder over hadden, mede mogelijk heeft gemaakt.

 

Tot slot: wat zou je voor je zien, als je even zou dagdromen over het Deurne over een jaar of twintig?
Dan is Deurne in mijn ogen nog steeds een agrarische gemeente, maar met landbouw, die mooi ingepast is in de omgeving en van toegevoegde waarde is. Waarin overlast is teruggebracht, waarin natuurwaarden belangrijk zijn. En ik denk dat er dan meer plek is voor vrijetijdseconomie en beleving. Wellicht in een iets andere economie: wat kleinschaliger, wat ambachtelijker. Waarin meer samen doen leidt tot een aantrekkelijk landschap. En zowel Brood en Spelen als de Omgevingsvisie helpt daarbij.

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren ›

Reageren

Reageren via je account? Log dan eerst in

Je e-mailadres zal niet op de site worden getoond.

Meer nieuws

Omgevingslunch op het provinciehuis: ‘Werken vanuit passie en verantwoordelijkheid’

Op donderdag 5 juli vond de eerste Omgevingslunch plaats. Collega’s gingen tijdens de lunch in... Lees verder ›

Provincie gaat aan de slag met aanbevelingen commissie-m.e.r.

De provincie neemt de aanbevelingen die de Commissie-m.e.r. doet voor de Brabantse Omgevingsvisie... Lees verder ›

Nieuwe data voor Brabantse training ‘Samenwerken met de Omgevingswet’

Het is weer mogelijk om je aan te melden voor de driedaagse training “Samenwerken met de... Lees verder ›

Brabantse Omgevingsvisie genomineerd voor Aandeslag-Trofee

De Brabantse Omgevingsvisie is één van de zes genomineerde projecten voor de Aandeslag-Trofee,... Lees verder ›