Denk mee!

Ook ideeën over de Brabantse Omgevingsvisie? Laat het weten »

Omgevingslab #3: Pionieren in historisch Willemstad

Het pittoreske vestingstadje Willemstad was het decor van het derde Omgevingslab. Waarin de pioniers elkaar vertellen over hun gesprekken over de Omgevingsvisie met hun tegenpolen. En waarin de pioniers doordenken over hoe initiatieven uit de samenleving tot stand gaan komen in het Brabant van 2050.

 

Maar het derde Omgevingslab begint met een blik terug in de tijd. Pionier Michael Daamen neemt de aanwezigen mee naar een historisch inkijkje in West-Brabant en legt gelijk de verbinding met de middag. “Tienduizend jaar geleden waren hier al pioniers. Ze hadden geen provincie, geen omgevingsvisie, maar wel een focusopgave: overleven.” Met reuzenstappen legt hij de verbinding met de Sint Elisabethvloed begin vijftiende eeuw die zorgde voor een verbinding tussen het Rivierenland en West-Brabant. Deze vloed heeft grote invloed gehad, die nog doorwerkt naar de huidige tijd. “Het zijn de mensen die het landschap maken, maar ook het landschap dat de mensen maakt.”

 

Focusopgaven

Na een korte toelichting op de focusopgaven, spreken de pioniers door over de gesprekken die zij de afgelopen week hebben gevoerd met hun omgeving, en dan vooral met mensen die niet zo betrokken zijn bij de Omgevingsvisie. Dat leidt tot nieuwe inzichten, bijvoorbeeld over de balans tussen grotere bedrijven en andere betrokkenen bij de toekomst van Brabant. “Het idee is dat bedrijven het wel voor elkaar krijgen, maar dat is niet altijd goed voor de leefbaarheid van Brabant.” Het is daarom belangrijk om in het beleid te regelen dat iedereen zich kan herkennen in het beleid.

 

Daarbij moet ook rekening gehouden worden met de mensen die weliswaar van alles moeten van de overheid, zoals digitaal informatie verwerken, maar het niet kunnen. Bovendien wordt het verschil tussen hoog- en laagopgeleiden steeds groter en dat heeft consequenties voor het verschil tussen arm en rijk. Het spreken van de taal van de burgers, in plaats van ‘droge beleidstaal’ is daarbij ook belangrijk.

 

Hoe gaat een initiatief in 2050?

Vervolgens zijn de pioniers gedoken op de vraag: hoe komt een initiatief tot stand in 2050? Op basis van verschillende casussen zijn de deelnemers gaan bekijken welke partijen betrokken zijn en welke instrumenten ze dan gebruiken om hun doelen te bereiken. Een belangrijke uitkomst van het gesprek is dat ook in 2050 een structureel overleg moet plaatsvinden waarin alle betrokkenen een plek hebben. Dan is geen paniek nodig en zorgen we voor vertrouwen tussen de partijen. De rol van de overheid verandert daarbij wel. Een provincie of gemeente zal in 2050 nog vooral de juiste vragen moeten stellen om een initiatief verder te helpen.

 

Tot slot

De volgende bijeenkomst van het Omgevingslab is het OmgevingslabXL op 15 mei in Den Bosch. Dan zijn pioniers aanwezig, maar ook alle andere betrokkenen bij de Omgevingsvisie en zullen de focusopgaven en thema’s die in de Omgevingsvisie moeten landen, nog sterker terugkomen. De input van de eerste drie Omgevingslabs wordt daarin meegenomen.

 

Reacties (0)

Er zijn nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren ›

Reageren

Reageren via je account? Log dan eerst in

Je e-mailadres zal niet op de site worden getoond.

Meer nieuws

Brabantse Omgevingsvisie krijgt steeds meer vorm

In de ontwikkeling van de Omgevingsvisie zijn al de nodige stappen gezet. Zo gingen in februari... Lees verder ›

“Zet waarden centraal in plaats van kaders”

Dit uitgangspunt is in verschillende vormen tijdens het proces van de Brabantse Omgevingsvisie... Lees verder ›

Proces en inhoud Omgevingsvisie; De ontwerpende aanpak

“We leven in een veranderende wereld waarin we moeten samenwerken. De ontwerpende aanpak werkt... Lees verder ›

Pioniers eisen rol op tijdens vierde Omgevingslab

Zonder wrijving geen glans, zegt een gevleugeld spreekwoord. Tijdens het vierde Omgevingslab in... Lees verder ›